|
|
Top tips
De beste tips krijgt u van Top.
| ACCU |
|
Als de auto niet start door een zwakke accu heeft u starthulp nodig. U moet dan wel kunnen vertrouwen op de startkabels. Door lang stilstaan kan zelfs een nieuwe accu langzaam leeglopen. Indien u de motor aan de praat krijgt, moet u in ieder geval een eindje gaan rijden, zodat de dynamo de accu weer kan opladen.
Tips
* Als een auto of motor langere tijd stilstaat, haal dan de minpool los van de accu.
* Staat hij meer dan een maand stil, laad dan de accu af en toe bij met een acculader.
* Heeft uw auto of motor nog langer stilgestaan (meer dan een half jaar), ververs dan de olie. Deze oxideert namelijk.
* Start u na lange tijd, laat dan eerst de motor rustig lopen, zodat de olie weer in de motor kan worden rondgepompt. Motorschade door gebrek aan smering is anders niet ondenkbaar!
* Een auto start slecht op oude benzine. De vluchtige delen zijn hier vaak uit verdampt. Vul de tank in zo'n geval bij met ´verse´ benzine.
* Laat regelmatig uw accu testen.
* Controleer geregeld het peil van het accuwater (ook de zogenaamd onderhoudsvrije accu´s). De accuplaten moeten onder ´water´ staan
* Bel de Wegenwacht voor starthulp. Met name bij auto's met benzine-inspuiting kan schade ontstaan aan de elektronica.
* Doet u het toch zelf, gebruik dan startkabels met een dikke koperen kern (zeker voor dieselmotoren)
* Kijk goed uit bij het aansluiten van de kabels, verwissel de plus- en minkabels nooit, kortsluiting is gevaarlijk voor mens en auto.
* Laat de motor van de helpende auto lopen, het liefst verhoogd stationair en zet de achterruitverwarming en blower aan, voordat u de startkabels verwijdert. Hiermee kunt beschadiging van de elektronica voorkomen.
* Of bel ons
|
|
| ALARM |
|
Van het gemak van een autoalarm merkt u doorgaans niet veel; totdat iemand de auto probeert te stelen.
|
|
| BANDEN |
|
Vast is vast. Wielmoeren moeten vast zitten, maar overdrijf niet. |
|
| BANDEN VERWISSELEN |
|
Het reservewiel onder de auto zetten is niet heel ingewikkeld. We geven enkele tips die u kunnen helpen bij het verwisselen.
TIPS
* Kijk goed in de handleiding hoe u het wiel moet verwisselen.
* Zet de auto op de handrem en in zijn eerste versnelling. Hierdoor blokkeren de wielen en rijdt de auto niet weg als u hem opkrikt.
* Draai eerst de wielmoeren een slag los en krik de auto dan pas op.
* Wielmoeren worden in de garage vaak met een persluchtsleutel vastgezet. Zet daarom gerust kracht met uw voet op de wielmoersleutel.
* Draai de band voldoende omhoog en schop tegen het wiel om het los te krijgen als de moeren al zijn verwijderd.
* Laat de lekke band direct repareren.
* Lichtmetalen velgen hebben aparte wielbouten. Zorg dus voor extra wielbouten als het reservewiel een stalen velg heeft.
* Leg de dop van de slotbout bij de wielsleutel. U zult niet de eerste zijn die hem kwijt is. |
|
| BEVROREN KOELING |
|
Motoren van tegenwoordig hebben speciale koelvloeistof. Wie het koelsysteem in de zomer dus vult met water, kan in de winter behoorlijk in de kou komen te staan.
TIPS
* Controleer regelmatig het aangegeven niveau van de koelvloeistof en let op het controlelampje.
* Koelvloeistof is tot een bepaalde temperatuur vorstbestendig. Laat dit voor het invallen van de vorst controleren.
* Als de verwarming niet warm wil worden, is dat een teken dat er te weinig koelvloeistof in de koeling zit!
* Koelvloeistof moet om de twee à drie jaar worden ververst. Er zit namelijk een middel in dat het roesten van het koelsysteem voorkomt. In het instructieboekje vindt u welke vloeistof u moet gebruiken.
* Sommige koelsystemen moeten bij het vullen worden ontlucht, vooral de Franse merken. Vraag dit na bij uw garage.
|
|
| BRANDSTOF |
|
De benzinemeter wijkt nogal eens af van de werkelijke benzinevoorraad. De tank volledig leeg rijden kan leiden tot verdergaande problemen.
TIPS
* Houd er rekening mee dat de benzinemeter nog wel eens wil afwijken. Nog voor het laatste streepje kan de tank al leeg zijn.
* Let op het aantal kilometers in plaats van de brandstofmeter, bijvoorbeeld omdat u op gas rijdt. Bedenk dat in de winter het brandstofverbruik fors hoger kan zijn.
* Een lege dieseltank moet worden ontlucht. Bij sommige is doorstarten genoeg, bij anderen moet u met een handpompje ontluchten. Kijk dit even na in het instructieboekje van de auto.
* Neem een reservetankje mee. Gebruik een niet te oude tank, het rubber van de dop verteert langzaam. Zet het tankje goed vast, want bij een aanrijding wordt het tankje gelanceerd. In Duitsland is het overigens strafbaar om op de snelweg zonder brandstof stil te staan. |
|
| DE SLEUTEL |
|
In de autosleutel zit een transponder die communiceert met de computer in de auto. Die zorgt er zo voor dat bijvoorbeeld de motor gaat werken. Herkent de computer de code niet, dan ontstaan er startproblemen.
TIPS
* Wanneer u een autosleutel laat bijmaken, let er dan op dat ook de transponder in de sleutel wordt gekopieerd. Dit kan bij uw eigen dealer en bij gespecialiseerde sleutelbedrijven.
* Een sterke magneet kan de transponder van de wijs brengen.
* Ook vocht kan voor problemen zorgen. Zorg dus dat de sleutel droog blijft.
* Indien de auto de goede transponder niet wil herkennen (bij sommige auto's blijft dan het sleutellampje branden), maak dan de sleutel even handwarm.
* Soms kunnen 'stoorzenders' de werking van de transponder in de weg zitten. Denk aan hoogspanningsmasten, radarsystemen en zenders van draadloze telefoons.
* Als uw slot bevroren is, gebruik dan nooit heet water. Daar kan de elektronica in het portier en in de sleutel niet tegen. Gebruik een spray die speciaal bedoeld is om uw sloten vorstvrij te maken. |
|
| DEFECT ALARM |
|
Van het gemak van een autoalarm merkt u niet veel. Uw auto wordt immers niet gestolen. Het ongenoegen bij problemen met de beveiliging is des te groter.
TIPS
* Laat het alarm monteren door een goed bedrijf. De kwaliteit wordt voor een groot gedeelte bepaald door de wijze van installeren.
* Zorg voor een set reservebatterijtjes van de afstandsbediening. Of nog beter: een reserveafstandsbediening.
* Laat u instrueren hoe het alarm van uw eigen
* In veel autosleutels zit tegenwoordig een transponder. Dit is een elektronische codering die in contact staat met een computer. Hebt u zulke sleutels, zorg dan altijd voor originele reservesleutels. |
|
| DEFECTE BEDRADING |
|
Eén draadbreuk kan een hele auto stilzetten, een nette montage is daarom belangrijk. De meeste auto's hebben vandaag de dag een moderne motor met de nodige elektronica onder de motorkap. Maar een simpel loszittend stekkertje of een kapotte draad kunnen de oorzaak zijn van een vervelende storing, waardoor uw auto stil komt te staan.
TIPS
* De betrouwbaarheid van een auto staat of valt met de bedrading. Losse draden schuren door of maken kortsluiting. Vooral achteraf ingebouwde systemen zoals LPG-installaties, alarm, radio's en telefoons worden nog wel eens slordig ingebouwd.
* Controleer onder de motorkap en bij de zekeringen eens of de draden netjes lopen. Tenslotte kan een kapotte draad of stekker uw hele auto stilzetten.
* Zorg ervoor dat er bij de montage van elektrische accessoires een zekering wordt geïnstalleerd. Zo voorkomt u brand bij kortsluiting. |
|
| DEFECTE LAMP |
|
Verlichting die het niet doet wordt dan ook vaak veroorzaakt door een kapotte lamp.
TIPS
* Zorg dat er altijd een set reservelampen in de auto ligt. Een kapotte lamp moet bij een politiecontrole ter plekke worden vervangen, op straffe van boete.
* Kijk in het instructieboekje of vraag de dealer welke lampen er in uw auto zitten. Er zijn immers lampen in alle soorten en maten. Uw dealer heeft de juiste set voor uw auto.
* Als het controlelampje van het knipperlicht (op het dashboard) sneller knippert dan normaal, is een van de knipperlichtlampjes kapot. |
|
| DEFECTE SENSOR |
|
Al die elektronica maakt het er niet eenvoudiger op. Toch kan de Wegenwacht de meeste problemen langs de weg prima verhelpen.
TIPS
* Bij een elektronische storing kan het moeilijk zijn om de vinger op de zere plek te leggen.
* Let daarom goed op of de storing alleen in bepaalde situaties optreedt. Bij voorbeeld alleen als u start, alleen als de motor warm of koud is, of alleen als u optrekt of een bocht maakt.
* Zulke waarnemingen maken het voor de specialist makkelijker om het probleem te vinden.
* Storingen worden in de auto opgeslagen door de 'benzine-inspuitingscomputer'. Uw garage kan deze met een andere computer uitlezen. Ook dat helpt bij het vinden van het probleem. |
|
| DISTRIBUTIERIEM |
|
Vraag als u een tweedehands auto koopt wanneer de distributieriem is vervangen. Met een defecte distributieriem kunt u geluk hebben. Als de zuigers echter tegen de kleppen aan komen, wordt het diep in de buidel tasten.
TIPS
* Laat de distributieriem volgens voorschrift vervangen. Uw dealer weet bij welke kilometerstand dat is.
* Als u weinig rijdt, laat de riem dan tijdig vervangen. Door veroudering kan de riem ook breken.
* De meeste garages zetten op de deksel boven de distributieriem de kilometerstand waarbij de riem is vervangen.
* Bij moderne motoren treedt er bij een gebroken distributieriem ernstige en kostbare motorschade op. Neem dus geen enkel risico en laat hem bij twijfel vernieuwen! |
|
| KOELING |
|
Waar rook is, in niet altijd vuur. Zeker niet als er witte rook opstijgt, van onder de motorkap. Een zomerse dag kan de motor gemakkelijk tot het kookpunt brengen. Voor stilstaande en langzaam rijdende auto's is de radiateurventilator onontbeerlijk.
|
|
| KOELVLOEISTOF |
|
Laat de koelvloeistof nakijken op vorstbestendigheid. Sommige problemen zijn eenvoudig op te lossen. Bijvoorbeeld door hier en daar wat slangen in te korten.
TIPS
* Draai de dop van de radiateur of expansietank van een hete motor nooit los. Er kan een levensgevaarlijke fontein van gloeiend hete koelvloeistof ontstaan! Laat hem minimaal een kwartier afkoelen.
* Zijn de koelwaterslangen gemakkelijk in te knijpen dan is de druk in het koelsysteem laag en mag de radiateurknop los.
* Draai dan pas voorzichtig de dop van de koeling een klein beetje los en laat de druk ontsnappen. Doe dit met een doek om uw hand te beschermen.
* Controleer, net als het oliepeil en de bandenspanning, regelmatig het peil van de koelvloeistof. Bedenk dat er altijd een reden is voor een te laag peil. Bijvoorbeeld een lek.
* Kijk in het instructieboekje van uw auto welke koelvloeistof u moet toevoegen.
* Laat de koelvloeistof ook even nakijken op vorstbestendigheid.
* Controleer of de dop van de radiateur of het expansietankje nog goed is.
* Indien de temperatuur van de motor te hoog oploopt, zet dan als noodmaatregel de kachel en de ventilator vol aan. Daardoor kan de motor zijn warmte kwijt. |
|
| KOUDE START |
|
Rijd na het starten rustig totdat de motor warm is. Dit verlengt de levensduur aanmerkelijk. Een dieselmotor is goed bestand tegen kou. Als de winter heel plotseling invalt, kan hij soms toch in de problemen komen.
TIPS
* Zorg dat u in de winter goed voorgloeit. Het controlelampje zegt hier helaas niet altijd zo veel over.
* Bij het starten moet de motor snel ronddraaien. De accu en de startmotor moeten dus in orde zijn.
* Moderne, (half)synthetische oliën blijven bij lagere temperaturen (koude start) dunner, waardoor de koude motor gemakkelijker ronddraait. Bovendien zorgen ze voor wat brandstofbesparing.
* Bij vorst kan de dieselbrandstof gaan vlokken. Zorg ervoor dat er geen zomerdiesel meer in de tank zit.
* Rijd na het starten rustig totdat de motor warm is. Dit verlengt de levensduur aanmerkelijk.
* Valt de winter plotseling in en zit er nog zomerdiesel in de tank, tank dan vol met winterdiesel. |
|
| LEKKE BAND |
|
Soms hoor je in een auto vreemde bijgeluiden. Dat hoeft niet uit de motor te komen. Uit het bandenprofiel kunnen namelijk vreemde voorwerpen tevoorschijn komen.
TIPS
* Een band kan lek raken indien u met een te grote snelheid een stoeprand oprijdt. De band wordt dan volledig ingedrukt, terwijl de velg de zijkant van de band tegen de stoeprand kapotdrukt.
* Haal een eventuele 'indringer' als spijker of schroef pas thuis of bij de garage uit de band. Hij loopt dan namelijk leeg.
* Controleer regelmatig de reserveband. Zorg dat hij op voldoende spanning blijft.
* Let bij het opkrikken van de wagen op de veiligheid. Zorg dat de ondergrond stevig is.
* Zoek in het instructieboekje op waar de krik zit en waar u hem onder de auto moet zetten.
* In het instructieboekje staat ook u hard en hoe ver u mag rijden met een noodwiel. |
|
| LICHTEN |
|
In de techniek moet je eerst de simpele dingen controleren. Dan merk je vanzelf of er echt een ingewikkeld probleem is. Dat geldt bijvoorbeeld voor de verlichting
|
|
| LICHTEN VERWISSELEN |
|
Tijdens het vervangen van een lamp moet u goed opletten. Want bij een verkeerde ingreep wordt tijdens het remmen de gehele verlichting geactiveerd.
TIPS
* In de handleiding van uw auto staat hoe u de lampen moet vervangen. Dit verschilt per merk.
* Het glas van de halogeenlampen mag u bij het verwisselen niet met de handen aanraken. Vet op uw handen kan inbranden en geeft een zwarte aanslag op de lamp.
* Lampen worden gloeiend heet. Let daarop bij het verwisselen. Laat ze dus even afkoelen.
* Vervang het defecte lampje alleen door precies hetzelfde type lamp. Let daarbij op het voltage (V) en wattage (W).
* Kunststof koplampglazen mogen alleen halogeenlampen bevatten waarop een 'U' op de zijkant is aangebracht. Anders verkleurt het plastic. |
|
| LUCHTFILTER |
|
Klop het luchtfilter zo nu en dan uit, ook een motor heeft schone lucht nodig. Op sommige auto's zit nog een zomer- en een winterstand. Met een verkeerde stand kunt u aardig in de kou komen te staan.
TIPS
* Bij wat oudere wagens moet u de winterstand nog handmatig instellen. Raadpleeg hiervoor het instructieboekje.
* Moderne auto's hebben een automatische zomer- en winterstand. Controleer de geribbelde slang die vanaf de uitlaat naar het luchtfilter loopt.
* Bij auto's op gas is de winterstand vaak verwijderd. Dit geeft echter wel problemen indien u op benzine rijdt bij een buitentemperatuur van onder de 10 graden Celsius. Als de LPG-installatie is verwijderd, wordt dit nogal eens vergeten.
* Controleer of er tussen het luchtfilter en de uitlaat een geribbelde slang loopt. Deze voert warme lucht de motor in. |
|
| NATTE ONTSTEKING |
|
Veel problemen met de elektrische installatie worden veroorzaakt door vocht. Vooral de ontsteking is er gevoelig voor. Vochtproblemen doen zich vaak voor als het regent en dan is pech wel erg vervelend.
TIPS
* Bij benzinemotoren is de ontsteking gevoelig voor vocht. Rijd daarom nooit door een grote plas.
* Als de bougiekabels slecht zijn, start de auto moeilijker. Bovendien loopt de motor moeilijker totdat hij warm is geworden en het vocht is verdampt.
* Schakel het contact uit als u aan de ontsteking komt. Anders komt u zelf onder stroom te staan en dat kan levensgevaarlijk zijn!
* Maak de kabels schoon met kruipolie zonder grafiet! Spuit ze liever niet in met een 'vochtbeschermer'. Deze lak op de kabels springt op den duur open, waardoor vocht juist wordt vastgehouden.
* Verwissel de aansluiting van de bougiekabels niet. Iedere kabel hoort bij zijn eigen bougie. |
|
| OLIE BIJVULLEN |
|
Te weinig of te veel olie staat garant voor problemen. Let dus op als het olieverbruik stijgt, maar ook bij het bijvullen.
|
|
| OLIE BIJVULLEN |
|
Peil de olie bij een koude motor. Tussen het minimum- en maximumniveau zit meestal een liter olie.
Tussen het minimum- en maximumniveau op de peilstok zit bij de meeste auto's een verschil van één liter. Let ook op het maximumniveau, want te veel olie kan ook schadelijk zijn voor de motor.
TIPS
* Maak er een gewoonte van om eens in de twee weken de olie te peilen.
* Het olieniveau van de motor kun je pas met de peilstok aflezen als de motor koud is of als de wagen enige tijd heeft stilgestaan. Een lopende motor pompt de olie immers rond, zodat het niveau zakt.
* Veeg de peilstok voor het peilen eerst goed schoon.
* Controleer het olielampje van de oliedruk. Doe het contact aan zonder te starten: de lampjes branden. Na het starten moeten ze uitgaan.
* In het instructieboekje staat welke olie u nodig heeft.
* Te veel olie is net zo slecht voor een motor als te weinig. Bij te veel olie krijgen de olieafdichtingen te veel druk waardoor deze kunnen gaan lekken.
* Mors geen olie op de motor. Bij de hete uitlaat kan dan brandgevaarlijk zijn. En waterslangen lossen op den duur op in olie. |
|
| OLIE LEKKAGE |
|
Een olieverbruik van één liter per 1000 kilometer kan nog nèt. Maar als er meer olie verdwijnt, kan het zijn dat de olieplug niet goed afsluit.
TIPS
* Kijk of de olieplug niet lekt na het olie verversen. Het komt wel eens voor dat hij per ongeluk niet goed is nagetrokken.
* Peil na een beurt zelf de olie nog eens. Tenslotte zit een fout in een klein hoekje...
* Leg bij twijfel een nacht een stuk karton of oude krant onder de motor om te zien waar de lekkage vandaan komt. |
|
| RADIATEURVENTILATOR |
|
Om de motor op bedrijfstemparatuur te houden wordt deze met koelvloeistof gekoeld. De ventilator voor de radiateur zorgt ervoor dat de temperatuur niet te hoog oploopt.
TIPS
* Controleer de ventilator door de motor even halfgas te laten lopen tot de temperatuurmeter op driekwart van zijn bereik staat. Nu moet de ventilator vanzelf aanslaan. U hoort hem zoemen onder de motorkap. Gebeurt dit niet, ga dan direct rijden en zet de verwarming op warm met de blower aan. U zult het warm krijgen in de auto maar de motor kan dan weer afkoelen.
* Als de winter nadert vergeet dan niet om de koelvloeistof te laten controleren op vorstbescherming.
* Controleer de radiateur op de sporen van vocht (wit-groene kalksporen). |
|
| REMMEN |
|
Door simpelweg regelmatig de remvloeistof te laten verversen, kunt u zeer gevaarlijke situaties voorkomen.
TIPS
* Laat in elk geval om de twee jaar de remvloeistof vervangen.
* Zorg dat de handrem goed werkt. Deze moet na drie tot vier tandjes remmen.
* Als het niveau van de remvloeistof snel zakt, hebt u lekkage aan de remmen. Ga dan direct naar de garage!
* Bij een te laag remvloeistofniveau blijft het handremlampje als waarschuwing branden.
* Rijd nooit met een te laag remvloeistofniveau. De remmen kunnen dan weigeren! |
|
| RUITENWISSERS |
|
Ruitenwisserbladen gaan gemiddeld 20.000 km mee. Indien u de ruitenwissers optilt en ze bewegen te veel heen en weer ten opzichte van elkaar, laat dan het mechanisme vervangen. Dan komt u niet van de regen in de drup.
TIPS
* Vervang de ruitenwisserbladen indien ze bij het wissen te veel strepen gaan vertonen. Koop goede wissers en let op de kwaliteit van het rubber.
* Vervang ook de plastic klemmetjes waarmee de ruitenwisserbladen aan de arm zijn geklikt. Deze slijten namelijk ook.
* Doe bij (nacht)vorst preventief een kurk of stukje plastic tussen de wisserarm en de ruit. Dat voorkomt dat hij vastvriest.
* Vul ruim voor de vorstperiode de ruitensproeiers met speciale vloeistof met antivries. Sproei enkele malen om ook de leiding naar de sproeiers toe te beschermen.
* Ruitenwissers vastgevroren? Zet het wissermechanisme niet aan, maar maak ze eerst met de hand heel voorzichtig los door ze op te tillen. Zet 's avonds de schakelaar van de ruitenwissers uit voordat u de sleutels uit het contact haalt. Zet u 's ochtends het contact aan, dan wordt het vastgevroren wissers het motortje overbelast. Hierdoor branden de zekeringen door.
* Aan de basis van de ruitenwisserarm zit een plastic kapje. Hieronder zit een moer waarmee de arm vastzit aan zijn aandrijfas. Deze moer wil nog wel eens los lopen. |
|
| SLEUTEL EN ALARM |
|
Ook de autosleutel is tegenwoordig een stukje elektronica dat behalve voor gemak ook voor problemen kan zorgen. Datzelfde geldt voor een niet deugdelijk gemonteerd alarmsysteem.
Een transponder in de sleutel beveiligt goed tegen diefstal
|
|
| V-SNAAR |
|
Met een slippende V-snaar maakt een optrekkende auto een hoog, gierend geluid. Als u daar niets aan doet, komen voertuig en passagiers in grote problemen.
TIPS
* Een hoog, gierend geluid vlak na het starten wijst op een slippende V-snaar. Laat hem aanspannen. Dat is in een paar minuten gebeurd. Doet u dat niet, dan stopt het gillen, maar slipt de snaar steeds meer en zal uiteindelijk breken.
* Vraag bij vervanging de oude snaar terug en bewaar hem in de auto. De Wegenwacht kan hem als noodsnaar gebruiken.
* Een nieuwe V-snaar wordt na het inrijden vaak wat slapper. Laat hem dus na een paar honderd kilometer even aanspannen.
* De V-snaar mag op het loopvlak (de binnenzijde) niet gescheurd zijn of glimmen.
* Moderne auto's hebben vaak een multi-V-snaar. Deze vraagt minder onderhoud maar kan slechter tegen slippen.
* Werken aan de V-snaar: motor uit en contactsleutel in je zak. |
|
| VOEDING VAN HET ALARM |
|
Als de accu leeg is, schakelt het alarm zich automatisch in. Anders zou iedere dief de accu loskoppelen om het alarm te omzeilen.
TIPS
*Het is wijs om bij een lege accu de hulp van de Wegenwacht in te roepen. Anders kan schade ontstaan aan de moderne elektronica in uw auto.
* Rijd na de starthulp minimaal nog een half uur om de accu goed op te laden.
* Een alarm schiet automatisch op blokkeren als de accu is leeggelopen. Vergrendel eerst de auto en zet er dan pas spanning op met behulp van de startkabels.
* Een lichtpieper gaat piepen zodra u bij het verlaten van uw auto de lichten laat branden. U voorkomt hiermee veel problemen, zoals een lege accu. |
|
bron: ANWB
|